Uitgangspunten Montessori onderwijs

Onderbouw:

De groep waarin vierjarige kleuters binnenkomen noemen we de onderbouw.
De groep wordt gevormd door kinderen van 4, 5, en 6 jaar, totdat ze naar de middenbouw gaan. In de onderbouw staan de taal-, zintuiglijke- en motorische ontwikkeling centraal, maar komen ook de andere ontwikkelingsgebieden aan bod.
In de groep staan verschillende kasten, waaruit onderbouwkinderen kunnen kiezen.
In die kasten staan Montessori-materialen bij elkaar voor de verschillende ontwikkelingsgebieden. Elk materiaal heeft zijn eigen specifiek doel. Er is ook een poppenhoek, een bouwhoek, een leeshoek en een verfhoek.
In groepen wordt aandacht besteed aan steeds een ander thema uit de ons omringende wereld.
In de klas staat dan een aandachtstafel waarop van alles over dit thema te zien en te beleven is.

Middenbouw:

In de middenbouw (7, 8, en 9-jarigen gaan de kinderen op hun eigen niveau door.
De kinderen zijn actief en concreet bezig met het Montessori-materiaal op het gebied van taal, rekenen, schrijven, geometrie. Er wordt veel aandacht besteed aan de basisvaardigheden, zodat het kind leert hoe bepaalde leerstof aan te pakken.
Het kind leert steeds meer verantwoordelijk te zijn voor zijn werk en omgeving.
Middenbouwkinderen zijn heel leergierig en hebben veel interesse in de wereld om zich heen. Daar wordt aan tegemoet gekomen in het kosmisch onderwijs. Daar komen onderwerpen aan de orde als het ontstaan van het zonnestelsel, maar ook thema’s die wat dichter bij huis blijven, zoals vogels in de winter. Ook in de middenbouw wordt een aandachtstafel ingericht rondom de thema’s.

Bovenbouw:

In de bovenbouw (10, 11 en 12-jarigen) speelt het ontwikkelingsmateriaal een minder grote rol, maar werken de kinderen met opdrachten voor rekenen, taal of andere leergebieden. De nadruk ligt op het zelfstandig werken, zelf plannen, organiseren en samenwerken. Ze krijgen een aftekenboekje waarin alle onderdelen van de leerstof staan. Zo heeft ieder kind zelf overzicht over wat er gedaan moet worden. De wereld wordt voor de bovenbouw letterlijk en figuurlijk steeds groter.
Ze moeten zelf informatie zoeken, bijvoorbeeld met de computer of in het documentatiecentrum. Die informatie passen ze weer toe en geven ze door in werkstukken, spreekbeurten, boekbesprekingen en kringgesprekken. Belangrijke culturen, zoals de Grieken, Romeinen en Egyptenaren komen aan de orde. Aan de verschillende perioden in de geschiedenis, zoals de Middeleeuwen of de Industriële Revolutie, wordt aandacht aan besteed. Er wordt in de bovenbouw ook veel aandacht besteed aan de sociale vaardigheden: problemen oplossen, naar elkaar luisteren, elkaar respecteren.

 

Een Montessorischool gaat uit van het kind. Het motto “Eenheid door verscheidenheid” passen we in de praktijk toe door middel van het hanteren van verschillen in leervormen: in leertempo en ook in de wijze waarop kinderen kennis en sociale vaardigheden vergaren. Wij willen de kinderen leren actief het eigen leerproces vorm te geven. Van nature hebben kinderen immers belangstelling en motivatie om iets te leren. Daarom kan kennisoverdracht ook op een natuurlijke manier plaatsvinden. Door gebruik te maken van individuele programma’s die we afwisselen met groepsmomenten, kunnen de kinderen hun leervermogen ontwikkelen. Bovendien dragen deze groepsgerichte lessen bij tot de sociaal-emotionele ontwikkeling van onze leerlingen. Op onze school kennen we geen groepen die samengesteld zijn in een leeftijdscategorie, maar groepen bestaande uit kinderen van verschillende leeftijden. Deze kinderen zijn verdeeld over de onderbouw-, middenbouw- en bovenbouwgroepen. De jongste van nu zal over een paar jaar de rol van de oudste in de groep hebben. Zo is alles in balans. “Leer mij het zelf te doen”. Simpele woorden, die zo goed onze onderwijsvisie weergeven.
Leren als ontdekkingsreis, in een veilige sfeer en in een uitnodigende omgeving.